Het kerkje van Westmijzen, tekening door H. De Winter (1743, reproductie)

19332
Boeren uit de duinstreek vestigen zich al vóór het jaar 1000 aan het veenstroompje de Leet. Zij cultiveren de grond door sloten naar het riviertje te graven om het veen te ontwateren. Het ontstaan van de Mijzenpolder. Midden in dit drassige veengebied ontstond al vroeg het dorpje Westmijzen, waar al vóór 1050 een kerkje werd gesticht dat was gewijd aan Maria. Het Mariakapelletje, het kerkje, was een dochterkerk van die van Heiloo. Deze Mariakapel is niet zomaar een kerkje maar een bedevaartsoord, dat in de Middeleeuwen ook ‘hoog bezoek’ krijgt. In 1398 gaat Graaf Albrecht op weg naar West-Friesland om het tegen de Friezen op te nemen. Zijn echtgenote, gravin Margaretha van Kleef, volgt hem, vergezeld door haar schoondochter, de gravin van Oostervant. Onderweg bezoeken zij de Mijzen. Een en ander is vastgelegd in de archieven: 'Voor hare komst te Medemblik deden zij nog eene bedevaart naar Mijzen, waar zich een kerkje bevond, dat door de Abdij van Egmond werd begeven'.
Het dorp Westmijzen werd in de loop der jaren verlaten, het kerkje verloor haar belang  en werd in 1745 afgebroken. Het dorpje en kerkje lagen aan het einde van de enige weg de Mijzenpolder in: de Vrouwenweg, vernoemd naar het kerkje. Van het kerkje  is niets terug te vinden, aan het einde van de tegenwoordige Vrouwenweg liggen een paar huizen en boerderijen. Het kerkje stond daar waarschijnlijk vlakbij.

Zie ook De Mijzerpolder, 'Duizend jaar veen en water' van Dick Mantel
en https://onh.nl/verhaal/de-mijzen

Aanvullende informatie

  • Plaats: Mijzen
  • Mijzen Straat of Water: Vrouwenweg
Gelezen: 205 keer
Download bijlage(n) in Hoge Resolutie kwaliteit:
Log in om een reactie te plaatsen of stuur een mail naar en wij zullen uw reactie z.s.m. vermelden.