Grootschermer

Grootschermer

Grootschermer (in vroeger tijden het Zuideinde van Schermer of Zuid-Schermer geheten) ontstond in de laatste helft van de 13e eeuw bij de bedijking van de zgn.binnenmaden.

De rechthuisjes zijn die van Zuid-Schermer, daterende uit 1639, en die van Noord-Schermer uit 1652.

In 1938 worden de twee oude rechthuizen van Grootschermer, voorheen verdeeld in de banne Noord- en Zuid-Schermer, samengevoegd tot één raad- en rechthuis. Het rechthuisje van Noord-Schermer werd steen voor steen afgebroken en in omgekeerde volgorde achter het raadhuis van Zuid-Schermer minutieus weer opgebouwd. Het bouwjaar is te zien op de muur van het raadhuis in de vorm van muurankers. Beide gebouwen hebben boven de ingang een gevelsteen met een afbeelding van Vrouwe Justitia, toonbeeld van gerechtigheid.

In het raadhuis van Grootschermer is, net als in dat van De Rijp, een gevelsteen geplaatst met een vissende haringbuis. De mast is gestreken; het bezaanzeiltje zorgt ervoor dat het uitgezette net strak gespannen blijft. De gevelsteen laat zien dat ook de dorpelingen van Grootschermer hun aandeel hadden in de zeevarende geschiedenis van het Schermereiland. 

De dorpskerk dateert uit 1763 en verving een kerk uit 1651. Op 15 juni 1762 werd de eerste steen gelegd door de zoon van dominee David van der Hammen, die op 26 juni de kerk inwijdde. Oorspronkelijk stond op deze plek een kapel, die viel onder het oude Schermer. Na de reformatie werd Grootschermer een aparte kerkelijke gemeente, tot 1620 gecombineerd met Schermerhorn. Pas in 1620 vond de officiële afscheiding plaats en kreeg Grootschermer zijn eerste eigen dominee, Christophorus Somerhoff.Schitterend is met name de preekstoel in dit kerkje. 

GrootschermerGroot schermer








Lees meer over de geschiedenis van Grootschermer.