De Rijp

De Rijp

In het jaar 1330 schenkt Nicolaas, priester in de kerk van Graft, land aan de Grote Kerk in Alkmaar.
In de betreffende schenkingsakte wordt voor het eerst melding gemaakt van "De Rijp".
Tot dan, waarschijnlijk een kleine buurtgemeenschap van en bij Graft.


In de tweede helft van de 14e eeuw begon men met de aanleg van een dijk, haaks op de dam in De Rijp.
De dam maakte deel uit van een langgerekt stuk oever langs de oudste bedijking en op die plek ontstond ook de eerste bebouwing. Daar is tevens de herkomst van de naam uit af te leiden. 'Ripa' is de Latijnse benaming voor oever, en in het Oudhollands verbasterd tot 'Rijp'.
Op de plaats van de huidige Grote Kerk, op de Grote Dam, werd in 1404 een roodgeverfd, houten kruis geplaatst.
De aanleg van de nieuwe dijk vormde een obstakel in de waterverbinding tussen Graft en de Beemster (Mieuwijdt- Rijpsloot-Tuingracht). De boten moesten vanaf dat moment over de dijk worden getrokken via een overtoom, een installatie die kan worden gezien als voorloper van de schutsluis.
Door de verbeterde waterhuishouding en daarmee de leefbaarheid, ontstond een langdurige en sterke groei. Handel en visserij lagen hieraan ten grondslag.

Rijper SluisAanvankelijk ontwikkelde De Rijp zich als vissersdorp; levend van de vangst op de omliggende meren en van aanverwante handel.
Na de periode van binnenvisserij kwam de zeevisserij met het Middellandse zeegebied en het Oostzee gebied als nieuwe wateren. Hierdoor werden de bakens verzet.

De Noordzee bij Schotland was een belangrijk gebied voor de haringvissers, en Groenland voor de walvisvaart. De zeevaart bracht veel nevenindustrieën met zich mee: scheepsbouw, traankokerijen, kuiperijen en touwslagerijen, waar hennep tot scheepstouw en visnetten werden verwerkt.
De Rijp groeide uit tot redersdorp en tot hoofddorp van het Schermereiland. In de bloeiperiode, eind 16e tot eind 17e eeuw, nam het bevolkingsaantal toe tot ca. 5000 inwoners. Het aantal huizen groeide navenant.

In de 18e eeuw kwam de terugval door afname en uiteindelijk het verdwijnen van haringvisserij en de walvisvangst. De hennepnijverheid wist zich nog tot in de 20e eeuw te handhaven.

Ook de laatste reder van het dorp, Jan Boon, kon ondanks al zijn bezittingen het tij niet keren. Bij testament richtte Jan Boon jr. de "Maatschappij tot bevordering van Nijverheid "op.
Zelfs nu, in de 21e eeuw, kan de gemeenschap van De Rijp nog een beroep doen op het te beheren geld van de maatschappij.
Meelmalerij De HoopDe 19e eeuw kenmerkte zich als arme periode, die tot het begin 1900 voortduurde. De Rijp was een dorp geworden met middenstanders, arbeiders en tuinders. Tot kort na de Tweede Wereldoorlog was het bestand aan winkeliers ongekend groot. Het merendeel van de beroepsbevolking werkte in de 'verzorgende' sector.
Eind jaren '50 kwam de stroom stedelingen naar De Rijp op gang (Amsterdam had een groot contingent
te bouwen woningen, maar onvoldoende grond, en in De Rijp was dat juist andersom). In dezelfde periode konden veel tuinders het hoofd niet meer boven water houden en gingen als arbeider op de diverse fabrieken in de Zaan werken.
In 1970 werden De Rijp en Graft weer samengevoegd. Tot die tijd hadden beide dorpen wel dezelfde
burgemeester.

De armoede is eigenlijk de sleutel tot behoud van de oude dorpskern geweest. Geen geld om nieuwe huizen te bouwen en oude te slopen. Grotendeels door toedoen van de stichting "Redt De Rijp" is in 1969 de historische kern tot "Beschermd Dorpsgezicht" verklaard.
Zeker in verhouding tot het aantal panden binnen die kern, kent De Rijp een groot aantal fraaie monumenten.

Per 1 januari 2015 valt De Rijp onder de gemeente Alkmaar, een stad met een historisch verleden en
monumenten. Een verstandshuwelijk?



Lees meer over de geschiedenis van De Rijp.